Bij een persoonlijkheidsonderzoek wordt niet alleen gekeken naar de aanwezigheid van persoonlijkheidsstoornissen zoals die beschreven staan in de DSM-5, maar ook naar het emotionele en sociale functioneren van de persoon. Dit gebeurt door middel van een semi-gestructureerd interview, genaamd SCID-5-P. Het interview dient als hulpmiddel om een compleet beeld te krijgen van de persoonlijkheid van de patiënt en om eventuele persoonlijkheidsstoornissen te identificeren. Dit is belangrijk omdat persoonlijkheidsstoornissen vaak samengaan met andere psychiatrische aandoeningen, zoals depressie of angststoornissen. Door deze onderliggende problemen aan te pakken kan de patiënt effectiever behandeld worden en kan het herstelproces versneld worden.